‘Het is nu of nooit, want zo’n festival komt hier niet snel meer.’

In 1997 werd Stichting The Maastricht International Poetry Nights opgericht door de gemeente Maastricht en dichter Hans van den Waarsenburg (1943 – 2015) met als doel tweejaarlijks een internationaal poëziefestival te organiseren. Al in 1998 ging de eerste editie van start en vanaf dat moment was het festival een begrip. Morgen (25 maart 2017) vanaf 20.00 uur vindt in de Jan van Eyck Academie te Maastricht de laatste editie plaats met o.a. Idwer de la Parra en Nachoem M. Wijnberg uit Nederland, Eva Cox uit België en Luke Kennard uit het Verenigd Koninkrijk.

YoungPoets interviewde dichter Bas Belleman (1978) die de programmering van de laatste Maastricht International Poetry Night(s) (MIPN) verzorgde.

Hallo Bas, hoe is het met je?
Goed, dank je wel. Beetje druk nu de poëzieavond zo dichtbij komt.

Sinds wanneer ben je programmeur voor MIPN? Hoe is dat zo gekomen?
Sinds de vorige editie in 2014. Ik leerde oprichter Hans van de Waarsenburg kennen toen ik in Maastricht studeerde. Ik mocht een keer in een bijprogramma optreden, hielp bij de organisatie, raakte er steeds meer bij betrokken, droeg ook dichters voor en werd een van de presentatoren.

Hoe blijf je op de hoogte van alle internationale ontwikkelingen op het gebied van poëzie?
Het voordeel van zo’n festival programmeren is dat allerlei mensen me op buitenlandse dichters wijzen: “Die moet je eens lezen!”. Ik heb ook buitenlandse dichters gevraagd naar wie zij me zouden aanraden en zij gaven me allemaal een waslijst aan namen. Maar er zijn veel dichters op de wereld, je kunt onmogelijk alles weten.

Dichten Nederlandse dichters op een typisch Nederlandse manier, en dichten, bijvoorbeeld, Noorse dichters typisch Noors? Zijn er verschillen qua stijl te ontdekken per land?
Ik zou ja willen zeggen, maar ik kan het niet aantonen met een paar rake citaten. Goede dichters lijken nu eenmaal op niemand, dus dan is het moeilijk om te zeggen dat ze typerend voor hun land zijn. Volgens mij is er nergens ter wereld een tweede Remco Campert. Is hij dan typisch Nederlands? Engelstalige dichters zijn misschien iets verhalender ingesteld, maar eigenlijk schieten me meteen allerlei tegenvoorbeelden te binnen nu ik dit zeg.

Op wat voor manier stel je een internationaal programma samen? Op welke dingen let je dan?
Allereerst moet ik zelf opveren als ik die dichters lees. Ik wil ook afwisseling: niet allemaal sonnetten, niet allemaal dadaïstische experimenten. Ze moeten allemaal goed zijn, maar ook allemaal heel anders.

Het liefst zoek ik dichters uit verschillende hoeken van de wereld en nog leuker vind ik het als niemand ze nog kent. Maar goed, Luke Kennard en Nils Chr. Moe-Repstad hebben in eigen land een torenhoge reputatie en dat was anderen natuurlijk ook al opgevallen. Ze hebben al eens in Rotterdam opgetreden. Van Moe-Repstad komt nu een Nederlandse vertaling uit!

Wat maakt een internationaal poëziefestival zo bijzonder? (of: waarom was het voor Hans (en dus misschien voor jou ook wel) zo belangrijk om een internationaal festival te organiseren?
Poëzie gaat over grenzen heen, maar er is heel erg veel poëzie: waar moet je beginnen? Zo’n festival helpt je de beste dichters van de wereld te ontdekken en die dichters leren elkaar ook kennen. Zelfs als je ze niet gaat lezen, is het een sensatie om ze eens te horen.

Hans van de Waarsenburg, helaas overleden in 2015, was er heel goed in. Allemaal Nobelprijswinnaars en andere grote dichters kwamen heel graag naar Maastricht, alleen al om hem te bezoeken.

Waarom zouden jonge dichters of schrijvers juist naar deze editie moeten komen kijken? Wat maakt deze editie bijzonder?
Het is de laatste avond. Het is nu of nooit, want zo’n festival komt hier niet snel meer. Ik vind deze vijf dichters geweldig en geloof me, ik ben niet de enige.

Dichter en tuinman Idwer de la Parra staat op het programma, die voor zijn prachtige debuutbundel Grond net een belangrijke literaire prijs heeft gewonnen (Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs).

En Eva Cox, die ik maar één keer heb ontmoet en héél graag nog eens wil zien optreden. Zij schrijft wonderlijke gedichten in het Vlaams, soms uitwaaierend als proza en dan weer heel klein en simpel.

Nachoem Wijnberg is een grootheid waar ik al sinds ik een jaar of achttien ben alles van lees en ja, hij wint ook alle mogelijke prijzen.

Luke Kennard heb ik zelf mogen vertalen en dat heb ik met heel veel plezier gedaan. Hij heeft zo’n elegante, komische en indringende toon, het is wonderbaarlijk. Het is alsof een goede vriend je iets vertelt, of het nu over een moordenaar gaat of een geliefde of een zombie of een handelsreiziger.

Nils Chr. Moe-Repstad zou uit Noorwegen overkomen, maar hij is helaas ernstig ziek geworden. De jonge Nederlandse dichter Maarten van der Graaff en de Amerikaanse dichteres Mia You gaan zijn werk nu voordragen en dat doen ze echt niet zomaar. Het is een grote buiging voor een Scandinavische reus.

Hoe kan het dat het festival moet stoppen na de komende editie?
De gemeente moest bezuinigen en heeft de subsidie stopgezet.

Wat kunnen we verwachten van jullie als organisatie in de toekomst? Worden er nieuwe plannen bekokstooft?
Ik zou het leuk vinden, maar voor de bestuursleden is het volgens mij echt de laatste keer.

Heb je daar rekening mee gehouden wat betreft de programmering voor de komende editie?
Ik wilde met een fantastische poëzieavond eindigen. Go out with a bang, zo gezegd.

Wat is jouw mooiste herinnering aan het festival?
Moeilijke vraag. Een optreden van de hardhorende Russisch-Amerikaanse dichter Ilya Kaminsky zal me altijd bijblijven. Hij overweldigde de zaal met zijn zangerige, lyrische poëzie. Ik was zo blij en trots dat ik hem had uitgenodigd – hem kende echt niemand nog in Nederland.

Ik heb ook Gerrit Kouwenaar voor het eerst in Maastricht gezien. En de Australische Nobelprijswinnaar Les Murray, die tegen me zei: “Mijn Engels is niet zo goed, maar mijn Australisch is verdomd formidabel.”

Mijn beste herinneringen zijn toch aan Hans van de Waarsenburg, die met zoveel bravoure een heel festival van de grond kreeg en de stad op zijn grondvesten kon laten schudden.

Zijn er (buitenlandse) dichters die jij nog per se wil zien? Waarom?
Nils Christian Moe-Repstad, natuurlijk. Ik vind het heel jammer dat hij er zelf niet bij is en hoop dat hij snel weer herstelt. Hij is er wel een béétje bij: hij heeft een brief aan ons geschreven, die Mia You zal voorlezen.


Meer weten? Zie www.maastrichtpoetry.nl. De toegang bedraagt slechts 5 euro. 

    Eurydice, Eurydice

    Waar ben je toch gebleven?
    Laat van je horen, al is het maar even
    Ik hoor jouw stem fluisteren in de wind
    En blijf zoeken, zo blind

    Daar tref ik je aan
    Bijna slapend in het jonge graan
    Zoekend naar een laatste zucht
    Die jou klaarmaakt voor die ene vlucht

    Een vlucht naar het diepe, het onbekende
    Waar jij gedwongen naartoe rende
    Jij laat mij achter, alleen hierboven
    Wat moet ik doen, wie moet ik geloven?

    Een stem roept mij vanuit de schaduw
    Bevrijd haar of wees immer weduw
    Ik denk aan jou en mijn verstand ontwaakt
    Redden zal ik jou; mijn keuze is gemaakt

    Ik volg jou daar naar beneden
    Angstig dalend over zwarte treden
    Ik word verblind door een donkere mist
    En weet meteen: dit is een list

    Ik ren en ren zonder te kijken
    Mijn ogen dwalend over al deze lijken
    Tot ik daar plots vind wat ik zoek
    Mijn redding of misschien mijn eeuwige vloek?

    Mijn lier speelt een lied zo droevig en zwaar
    Een verdriet zo groot in iedere snaar
    Dat zelfs de goden tot stilte zijn gebracht
    Zodat ik jou bevrijden kan uit deze eeuwige nacht

    Weg neem ik jou van deze wereld der doden
    En omkijken, nee, dat is mij verboden
    Toch kan ik de drang niet weerstaan
    En zie jou verdwijnen met een laatste traan

      Zorgen

      ze was als de maan
      altijd half verborgen
      onder het masker
      verdrinkend in zorgen

      tranen over haar wangen
      van het verborgen verdriet
      achter een masker verstopt
      maar niemand die het ziet

      haar hoop en dromen
      door de stemmen weggevaagd
      door alle verwachtingen van buiten
      werd ze de diepte in gejaagd

        ‘Ik nam het schrijven na Write Now! veel serieuzer’

        Tot 1 april (no joke) mag jong schrijftalent kersvers schrijfwerk (alle genres!) inzenden voor de onwijs populaire schrijfwedstrijd Write Now!. In 2015 won Jelko Arts de Limburgse voorronde van Write Now!. Op 18 mei vindt bij poppodium Grenswerk in Venlo de prijsuitreiking van 2017 plaats. Ook dan staat Jelko Arts op het podium, maar dan als presentator. Voorafgaand aan de inzenddeadline en de prijsuitreiking stelde Merlijn Huntjens hem wat vragen.

        Dag Jelko!
        Hallo Merlijn.

        Hoe lang schrijf je al?
        Mijn eerste teksten schreef ik voor het cabarettrio dat ik op de middelbare school ben gestart. Ik was toen veertien, vijftien denk ik. Samen met twee vrienden deed ik mee aan verschillende open podia en talentenjachten. We maakten kleinkunst, met sketches en liedjes die we zelf schreven. Daar is het schrijven begonnen.

        Hoe kwam je erachter dat je schrijftalent bezit?
        De eerste keer dat we met het cabarettrio op een podium stonden merkten we alle drie: wat wij leuk vinden, valt ook goed bij het publiek. We hadden – gewoon op het schoolplein – allerlei zinnetjes verzonnen en ineens bleken daar ook anderen om te kunnen lachen. Na de middelbare school ging ik Nederlands studeren en stopte ik met cabaret, maar ik bleef wel schrijven. Dat waren voornamelijk gedichten of beter: liedteksten zonder muziek. Dat bleek goed te passen op literaire avonden en daarbij kwam ook mijn podiumervaring van pas. Nu werk ik als schrijver, schrijfdocent en presentator. Dat begon allemaal met een cabaretwedstrijdje op de middelbare school.

        Jelko Arts bij het winnen van de Limburgse voorronde van Write Now! 2015

        In 2015 won je de Limburgse voorronde van Write Now!. Hoe heeft dit invloed gehad op jouw ‘schrijfcarrière’?
        Voor iemand die veel voordraagt en op het podium staat is het meedoen aan een schrijfwedstrijd lastig: de jury leest je verhaal zonder dat ze je performance ziet. Ik was daar echt idioot zenuwachtig over. Voor het eerst werd ik gelezen zonder dat ik er zelf bij was. Ik had niet verwacht dat de jury mijn tekst überhaupt de moeite waard vond. Het winnen bevestigde voor het eerst dat mijn teksten ook op zichzelf kunnen bestaan. Dat ze goed genoeg waren om op papier te zetten.

        Op wat voor manier heeft het invloed gehad op het schrijven zelf?
        In de finale van Write Now! krijg je schrijfworkshops en je trekt op met andere jonge schrijvers. Je merkt daardoor dat schrijven geen verborgen hobby hoeft te zijn: ik nam het schrijven na Write Now! veel serieuzer, alleen maar omdat anderen mijn schrijven serieus namen. Dat helpt enorm. Write Now! bewijst dat het het waard is om je volledig op schrijven te richten. Voor mij maakte het duidelijk dat ik nog veel kon leren, dat er nog heel veel te lezen viel en dat schrijven niet zomaar een hobby voor op mijn zolderkamer was.

        Wat zou je zelf nog heel graag willen leren op het gebied van schrijven?
        Ik ben de laatste tijd veel bezig met getekende verhalen: met strips en graphic novels. Ik teken zelf ook korte verhalen. Op dat gebied wil ik nog heel veel leren. Er zijn veel supergetalenteerde tekenaars die prachtige en aangrijpende stripboeken maken. Daar kan ik jaloers naar kijken.

        Op de site van Arts en Lentes (artsenlentes.nl) is te lezen dat je een literair duo vormt met Lotte Lentes. Wat brengt deze samenwerking jou?
        De samenwerking met Lotte was zeker in het begin een geweldige stimulans. Tijdens onze studie merkten we dat we allebei mooie dingen willen maken. Of dat nu teksten, programma’s of theaterstukken zijn, we waren allebei op zoek naar een manier om verhalen over te brengen. Het is fijn om die drang te delen. Je kunt met z’n tweeën brainstormen, op zoek gaan naar podia en teksten aan elkaar voorleggen. Lotte is een steengoede schrijfster, ik ben zelf meer een performer, het is super inspirerend elkaar te stimuleren.

        Wat zijn de nadelen van het werken in een duo?
        Ik merkte het met Lotte, maar ook met het cabarettrio dat ik had, dat het verschrikkelijk moeilijk is om in een samenwerking hetzelfde te willen. Dat klinkt vaag, maar ik bedoel dat clichématige van ‘neuzen dezelfde kant op’. Dat is in de praktijk heel lastig vol te houden. Je ontwikkelt je en interesses verschuiven nu eenmaal. Lotte werkt op dit moment aan haar debuutroman, ik ben aan het tekenen geslagen en denk over een stripboek. Dat zijn compleet verschillende dingen.

        Vroeger schreef je ook liedjes en cabaretteksten maar tegenwoordig hou je vooral van proza en poëzie? Vanwaar deze verandering?
        Ik vind liedjes en poëzie niet zo ver uit elkaar liggen. Het zijn allebei genres waarbij de vorm essentieel is: het gaat om precies de goede woorden op precies de goede plek. Dat puzzelen en zoeken naar het juiste zinnetje vind ik mooi. Ik word er blij van als ik drie dagen rondloop met een zinnetje in mijn hoofd en dan op precies de goede formulering kom.

        Je zei dat je zowel schrijft als tekent. Wanneer zet je welke vorm in?
        Mensen houden van visuele verhalen. Het is niet voor niets dat tv-series zo populair zijn, dat we veel meer foto’s dan teksten delen op social media. We worden gegrepen door beeld. Ik teken daarom graag: tekeningen grijpen je aandacht, ze zijn eenvoudig te begrijpen, kunnen in één klap een sfeer in beeld brengen. Ik vind het interessant om die kracht te combineren met het trage van tekst. Ik heb nu een aantal beeldcolumns gemaakt waarin ik over een onderwerp schrijf, maar waarbij het de tekeningen zijn die impact veroorzaken. Ik schrijf het ene, maar teken er het andere bij. Of ik schrijf iets subtiels en teken iets extreems. Dat is spannend, toch?

        Lotte en jij interviewen schrijvers. Welke vraag zou je aan jezelf willen stellen als je jezelf op een podium als interviewer zou mogen interviewen?
        Ik ben altijd geïnteresseerd in het schrijfproces. Je ziet als lezer alleen dat ene dikke boek, maar je hebt geen idee hoe dat precies tot stand is gekomen. Ik vraag altijd graag naar dat proces: wat is er geschrapt? Hoe heeft iemand zitten schuiven met hoofdstukken? Was het een puzzel om een passend einde te verzinnen? Dat vind ik zelf ook leuke vragen om te beantwoorden: ze doen recht aan een lang proces. Je kunt vragen naar iemands personages of de plot, maar daarmee toon je interesse in het verhaal. Als je me vraagt naar het ontstaan van een tekst laat je ziet dat het schrijven je interesseert.

        Waar let je op als je op het podium staat en een tekst aan je publiek presenteert?
        Rust en afwisseling. Een slechte voordracht is of te snel of te eentonig. Je moet een tekst naar de luisteraar brengen, je kunt niet verwachten dat het publiek ‘m komt halen. De voordrager moet zijn best doen, niet de luisteraar. Daarom teken ik vooraf altijd wat aanwijzingen in mijn kantlijn: welk deel verdient nadruk, welk zinnetje mag sneller, welk woord is essentieel?

        Welke tips zou je deelnemers willen meegeven die zich nu hebben opgegeven voor Write Now!?
        Meedoen. O wacht, ze hebben zich al opgegeven. Beter worden! Laat in godsnaam zien dat je knijtergoed bent.

        Meedoen aan Write Now!? Stuur je tekst hier in vóór 1 april. 

          /

          En toen werd alles zwart, nog donkerder dan zwart. Dieper, intenser.
          Een sluier van ongeloof valt over ons. Een sluier, die samen met dat zwarte gevoel ons diep raakt. Een sluier die niet zomaar kan worden weggehaald maar permanent over ons zal hangen en ons verbiedt onze eigen schaduw te zien. Het enige wat gezien kan worden is zwart, niks.
          Hunkeren naar iets wat niet meer is en nooit meer zal zijn. Dubbel uitgehold en moe geslapen. Een toestand die zweeft over het continuüm van bewustzijn, helt nu over naar een soort comateuze toestand.
          Het begin van een titelloos boek.

          Samen met u verloor ik mijn grip op de wereld.