Drijvend zand

Ik laat de liefde zich pas verreizen
Als de vaas breekt
En mijn dag rijp is
Als jij niet meer jij is maar wij
Als klein groot is
En als wolken beginnen met de l
Als planten op gaan
En mensen recht voor je staan
Want ik herinner je pas gister
Ik droom pas morgen
En ik leef vandaag
Je krijgt me pas wanneer
Klokende wijzers tingelend tingelen
Op ons gekronkelde klopende stukje adem
Geplaatst is voor goed
En ons lichaam
Bij elkaar bloeit en groeit
Zo sterk als nooit tevoren
Zo krachtig
Alsof er een nieuw leven is geboren
En iedereen in de beurt dat moet horen

    Hoog geluk

    Glinster voor mij kleine ster
    Maak een klankje voor het geluk
    En geef een extra lichtje als geschenk
    Zorg voor vele zielen
    Die zweven in dat pracht
    Laat mij maar een ding wensen
    Nu nog de tijd zwevend klopt
    Laat mij dagen dankbaar zijn
    Voor dit vele en mooie licht
    Laten de engelen jou dankbaar zijn
    Dat dit geschenk gegeven is
    Want diep van binnen in mijn hartje
    Geloof het of niet
    Weet ik wat voor hartzeer jij elke dag vanaf zo’n uitzicht ziet

      Winactie en zuidelijke inspiratie

      Op Facebook kondigden we onze winactie aan vanwege de Poëzieweek met als thema ‘Humor’. Je kunt nog meedoen t/m 1 februari door hier een gedicht te plaatsen in de categorie ‘Humor’. Daarmee maak je kans op de bundel ‘Kwaad gesternte’ van de 23-jarige VSB Poëzieprijs-winnares Hannah van Binsbergen!

      We delen hier ook graag het gedicht ‘Kribbe’ waarmee Amber-Helena Reisig (Heerlen, 1992) op verzoek van Stichting Dichter in Beeld reageerde op het thema van de Poëzieweek.

      kribbe

      omdat we geen dekens hadden
      om ons te dekken
      knipten wij onze haren af
      en vlochten van iedere streng

      een kribbe – om het kind
      in ons te voeden
      om te mogen krimpen
      weer klein te zijn

      met schrale roze huid
      en vingers die nog niet geleerd
      hebben een ander
      vast te houden

      en zoals wij alles bewaarden
      bewaarden we ook ons kind
      we hielden het in onze slaap

      we aaiden het
      toen braken we de vinger
      we braken het kind
      langzaam af

      zoals we ook ooit
      ons huis van lego braken
      braken we de beentjes
      trokken we de armpjes uit

      en haalden we de oogleden neer

      het huilde niet
      het bleef maar stil
      en keek ons met het rompje aan –

      Amber-Helena Reisig (Heerlen, 1992) is schrijfster van proza en poëzie. Zij staat onder contract bij Uitgeverij Prometheus voor zowel een roman als een poëziebundel. Voor de periode 2013 en 2014 was zij de stadsdichter van Heerlen. Ze maakt deel uit van het muzikaal-poëtische collectief Hongerlief. Ze woont sinds 2016 weer in Heerlen.

      Eerder namen deel aan de ‘zuidelijke’ Gedichtendag van Dichter in Beeld:
      2010: Hans van de Waarsenburg
      2011: Frans Budé
      2012: Leo Herberghs
      2013: Quirien van Haelen
      2014: Wiel Kusters
      2015: Daan Doesborgh
      2016: Anton Dautzenberg

      www.dichterinbeeld.nl

        Twee slammers #2

        Vandaag de reactie van Merlijn Huntjens op de brief die Rik Sprenkels gisteren stuurde. Wat kunnen de slammers van elkaar leren voordat ze aan de poëtische slacht beginnen?

        Dag Rik,

        Nadat ik van Krijn Peter Hesselink te horen kreeg dat mijn werk zich niet leent voor een battle, heeft het advies dat ik jou ooit gaf een gek randje gekregen. Daar komt bij: daar waar ik er vier jaar over gedaan heb om op het NK te komen (vorig jaar was de eerste keer) regel jij dat voor jezelf binnen een jaar. Misschien kan ik dus beter advies van jou aannemen. En je hebt gelijk: winnen is zeker niet het belangrijkste, maar het is potverdorie wel lekker.

        Je schreef in je brief dat het wel meevalt als het op zenuwachtigheid aankomt. Nou Rik, ik ben zeer nerveus. Ik ben veel nerveuzer dan vorig jaar. “Huh, maar je weet nu toch precies wat komen gaat?”, hoor ik je helemaal niet zeggen (maar het zou kunnen). Ja. Ja, ik weet precies wat komen gaat en ik ben doodsbang. Goed, nu ben ik over het algemeen toch al qua personal vibe een vos wiens staart tot op de stuit affikt, maar dan nog. Dus misschien kan ik wel kracht putten uit de tips die de andere slammers jou gegeven hebben. Vervolgens kan ik wel afsluiten met een tip die ik zelf ook ooit gekregen heb.

        Laten we beginnen met Buddy. Buddy heeft gelijk, maar ik zou aan de tip willen toevoegen; inspiratie bestaat niet eens. Misschien een beetje. Oké, laten we afspreken dat inspiratie een beetje bestaat. Je pikt van het dagelijks leven allemaal splintertjes van indrukken op. Op een gegeven moment vormen die splinters een soort knol van indrukken en daar-kan-je-dan-iets-mee. Een gedicht is mij nooit aan komen waaien, terwijl ik dikwijls lang genoeg gewacht heb in de inspirerende bloemenweide / het oude klooster / het museum.

        Rust is mij ook nog nooit aan komen waaien, maar gelukkig is er altijd nog thee van het merk Zonnatura. Daarmee wil ik de belangrijkheid van rust niet ontkennen hoor. Buddy heeft gelijk.

        Arnoud heeft ook gelijk. Vooral na afloop merk ik dat ik slammen toch stiekem leuk vind. Dat ‘leuk’ is vaak nog vermengd met oude bekenden zoals ‘twijfel’, ‘spijt’, ‘jammerjoh’ en ‘bier’. Maar inderdaad; maak je vooral niet te druk (rust) en heb het een beetje leuk. Voordat je het weet is de avond voorbij en zit je weer vooral in je hoofd te slammen (of in die spiegel op de badkamer).

        Ellen Deckwitz gaf mij ooit de tip die mij in elk geval helpt om het een beetje leuk te hebben op het podium zonder in paniek te raken. Zij introduceerde de Deckwitzbubbel. De Deckwitzbubbel is een bel die je als slammer kan maken waarin jij en het publiek omsloten zitten. Het gaat in de bubbel om aandacht en contact. Niet alleen moet het publiek aandacht voor jou als slammer hebben, maar jij als slammer moet ook aandacht hebben voor het publiek. Steeds vaker denk ik; we doen dit samen, het publiek en ik. Zelfs op de slams waarbij ze geen stemmen mogen uitbrengen. De Deckwitzbubbel als middel om dichterbij het plezier en de rust te komen. Koop hem nu!

        Uiteraard wens ik jou ook heel veel succes. Ik hoop dat je van iedereen, behalve van mij, wint.

        Tot vanavond!

        Merlijn

        PS Sorry, ‘Goedkoop effectbejag’ ga ik nog echt een tijdje nodig hebben. Met ‘Applausmeting’ wil ik niets van doen hebben. Hier. Of moest je bij kwartetten altijd alles geven wat je kon geven? Dan geef ik alles.

         

          Twee slammers #1

          Aanstaande vrijdag (morgen!) is het zo ver; de finale van de Nederlandse Kampioenschappen Poetry Slam gaan weer van start. Om acht uur staan acht slammers achter de coulissen te bibberen van spanning. Elke slammer bereidt zich op zijn eigen manier voor op judgement day. De een staat voor de spiegel te blaffen terwijl de ander in de lotushouding de harde realiteit van zich af laat glijden. En als de troost niet binnen de slammer zelf te vinden is, dan troosten ze elkaar. Zo zijn de finalisten Rik Sprenkels en Merlijn Huntjens in een totaal niet spontane, eenmalige briefwisseling verzeild geraakt. Vandaag is de brief van Rik te lezen op YoungPoets, morgen de reactie van Merlijn. Wat kunnen de slammers van elkaar leren voordat ze aan de poëtische slacht beginnen?

          Merlijn,

          Je gaf me ooit advies. Het bleek het op twee na beste slamadvies te zijn dat ik ooit heb gekregen. Ik zei dat ik moeite had met het schrijven van battlemateriaal. Jij vertelde me dat je vaak zelfkritische gedichten pakte in de ik-vorm, en die herschreef naar de tweede persoon. Een inversie van zelfspot naar spot, zogezegd. Ik was er sceptisch over, probeerde het uit, was aangenaam verrast over het effect.

          Het op een na beste advies kreeg ik van Buddy Wakefield, die zei dat rust belangrijker is dan inspiratie, en die me, toen ik moe was en nog maar een uur had om me voor te bereiden op een voordracht, naar bed stuurde.

          Het beste advies kreeg ik van Arnoud Rigter. Ik kwam hem tegen op een feestje en vroeg hem of hij nog tips voor me had. Hij antwoordde: ‘heb plezier’. Een week later maakte ik mijn slamdebuut. Dat is nu veertien maanden geleden. Ik heb opgezocht aan hoeveel slams ik sindsdien heb meegedaan (dertien), met name zodat ik het antwoord weet als mensen het vragen. Maar niemand vraagt mij ooit wat.

          Weinig van mijn collega’s – ik werk bij een IT-bedrijf – weten dat ik wel eens op een poetry slam sta. Die ene die dat wel weet, sprak me maandag aan tijdens de lunch. Hij vroeg me of ik gebattled had tijdens de halve finale van het NK, en of ik nerveus was voor de finale. Ik antwoordde hem dat dat wel mee viel. “En daarna? Want hierna kun je niet meer verder, toch.” Ik antwoordde dat er nog een EK is, en een WK. En dat poetry slam sowieso niet iets op zichzelf staands is. “The sky is the limit,” antwoordde ik. “Op een bepaald moment ben je Jules Deelder.”

          We willen allemaal winnen, maar wel op onze eigen kracht. Ik geneer me vaak als ik zie dat ik meer publiek heb meegebracht dan andere kandidaten. Toch, als puntje bij paaltje komt, word ik zenuwachtig als mijn vrienden ook op andere kandidaten blijken te stemmen.

          Wat ik wil zeggen, Merlijn, is dat de overwinning me veel waard is, maar zeker niet alles. Ik gun je de winst meer dan mijn krullen, bijvoorbeeld. Ik wens je veel succes.

          Tot op de eeuwige jachtvelden, tot in de mosh pit bij Parkway Drive, tot vrijdag,

          Rik

          PS Mag ik tot slot, uit de categorie ‘Ergernissen uit het slamwereldje’: ‘Goedkoop effectbejag’? En heb je dan ook, uit diezelfde categorie: ‘Applausmeting’? Kwartet!