Pels

Een fundament leg je niet in een dag, en maand of een jaar
En onze gevulde rugzak maakt het nog eens extra zwaar

We weten in middels waar we naartoe willen met ons leven
Een tocht door ontgonnen gebied waar nog geen kaart voor is geschreven.

En hopelijk zijn we onderweg naar dat uitzicht, de ultieme bekroning
Maar er zijn ook zoveel dagen zonder enige beloning

Lieve schat je moet me vertrouwen
Als ik je zeg dat ik dit samen met jou wil bouwen.

Ik heb veel zin in het komende jaar
Alweer het 3e jaar dat we gek zijn op elkaar

Misschien is mn gedicht iets te zoetsappig voor jou
Maar het geeft maar aan hoeveel ik van je hou

    stil

    Stil

    Het is stil.. te still.
    De ruimte in mijn hart is leeg en kil.
    Ik ben er, wil er best zijn,
    Maar het echoot maar rond en dat doet pijn.
    Ik hoor niets terug wanneer ik praat.
    En dat is precies de leegte die zich achter laat.
    Aan deze stilte kan ik niet goed wennen.
    Eerlijk gezegd wil ik hard voor wegrennen.
    Het is alsof de tijd op stil is gezet.
    En lig ik alleen en verlaten op bed.
    De stilte gaat met me mee tot in de morgen.
    En geeft me de volgende nacht weer nieuwe zorgen.
    Stilte, waardoor blijf je zo dichtbij me staan.
    Heb ik je niet verteld van me weg te gaan.
    Stilte, ik wil je vriend niet zijn..
    want je doet me denken aan mijn eenzaamheid en pijn.
    Maar als je dan toch wil blijven bij mij,
    Wees dan zacht voor me, en keer langzaam het tij.

      Breken

      Ik wil in duizend stukjes breken.

      Zodat het enige dat van me over blijft scherven zijn. Zodat ik niets meer voel. Zodat al die gedachtes en gevoelens mee breken met mij en dat er niks van over blijft.
      Ik voel de frustratie, het verdriet en de onmacht als een brok in mijn keel naar boven komen. Mijn ademhaling versneld en ik voel dat mijn ogen beginnen te prikken.
      Ik wil gillen! Ik wil huilen! Ik wil rennen en voel hoe er een barst in mijn hoofd ontstaat…

      Ik wil in duizend stukjes breken…
      Totdat niets van me over blijft.

      Ik wil dat iemand me lijmt, maar dan val ik mensen lastig. De scheur die ze met zich mee dragen is immers belangrijker.
      Ik ben bang… Bang dat ik misschien een barst bij anderen achter laat.
      Bang dat die scheur die er bij anderen zit groter en groter wordt… Totdat die breekt. Nee…
      Ik houd alles in en plaats mijn handen voor mijn mond.

      Ik blijf stil.
      Ookal weet ik achter in mijn hoofd dat het maar een kwestie van tijd is voordat ik breek.

        Route 17

        Het zijn
        Stemmen,
        Blind geketend
        Probeer ik naar dat gevoel,
        Te wijzen

        Als mensen vragen,
        Wat het is.

        Trillingen die hun aanwezigheid
        Benadrukken
        Stapsgewijs verder,
        Nooit gezien, toch gewend
        Aan hun gebrek
        Mijn twijfels gebakken
        Goudbruin, omgeslagen
        Een rand van zwart verlies.

        Schaamte,
        Ik erken het
        Erkenning echter zelf
        Weiger ik,
        Nog niet
        Door een ander gezien.

        Ik probeer ze te negeren.
        Ze schreeuwen om aandacht,
        Ik geef het niet,
        Toch nemen ze mijn kracht.

        Ze tackelen me,
        Raak verdwaald van mijn pad.
        Het gekartelde papier,
        Probeer ik alsnog
        Wegwijs
        Te volgen.

        Maar, toch
        Verloren stukjes
        Raken groter,

        Voor de 17e keer,
        Een papiertje
        Door de wind vervlogen.

        Niet erover nadenken,
        Denk ik.
        Alsnog
        Onder windkracht
        In deze bekentenis gezogen.

        Onderkomen kan ik niet.

        Gisteren nog
        Een voicemail achtergelaten,
        Aan mijn verlies
        Net voor de piep.

          Basje Boer over Bermuda, Maastricht en New York

          Als student las ik met veel bewondering de stukken van Basje Boer in Mister Motley, Kunstbeeld, Tubelight, Subbacultcha en elk ander kunst gerelateerd blad. Daarom ging ik op 31 oktober naar de Jan van Eyck Academie voor een gesprek tussen Basje Boer en Bianca Stigter over hun gezamenlijke inspiratiebronnen: films, kunst, muziek en popcultuur.

          Nog maar een paar dagen is Basje Boer writer in residence aan de Jan van Eyck academie in Maastricht. Ter afsluiting van de paar maanden durende werkperiode nodigt ze kunstcriticus en journalist Bianca Stigter uit voor een gesprek.

          Net als Bianca is Basje is een ontzettende filmfanaat; ze kijkt waanzinnig veel films en recenseert ze. Ook gebruikt ze films ter inspiratie voor haar proza, gedichten en haar in 2016 uitgegeven debuut roman Bermuda.

          In Bermuda zoekt een jonge kunstenares in Amsterdam naar een eigen identiteit. Haar eigenheid die ze jarenlang heeft ontleend aan haar beste vriendin wordt ondanks haar wens voor zelfstandigheid telkens aan anderen afgemeten. De beschrijvingen in het boek zijn regelmatig als in een film, je kijkt over haar schouder mee en ziet alles gebeuren.

          Foto: Basje Boer

          Aan de Van Eyck Academie werd Basje geïnspireerd door de wekelijkse presentaties die andere residenten over hun werk gaven. Daarnaast heeft ze gewerkt aan een nieuw boek dat New York als uitgangspunt neemt. Het is een veel gebruikte filmlocatie maar het komt regelmatig voor dat we denken de stad te herkennen, terwijl het gaat om een nagebootste set in Hollywood. Het gaat dus vaak niet om de plek maar alles wat ermee verbonden is; de idee New York.

          Gedurende haar verblijf in Maastricht maakte Basje veel wandelingen door de stad die een rol zijn gaan spelen in haar verhaal. Ze switcht tussen fictie en realiteit zoals in Bermuda ‘maar nu abstracter’.

          Tijdens haar onderzoek maakt Basje veel gebruik van beeld. Uiteraard door films te kijken, maar ze werkt ook met een schetsboek en ordent afbeeldingen van steden op de vloer en muren in haar atelier.

          Het zal geen verrassing zijn dat het een droom voor Basje Boer is om een film te maken. Maar hoe en wat is nog een grote vraag. Het idee om met zoveel mensen samen te moeten werken wekt twijfel, ze is als schrijver immers altijd een einzelgänger.