Hester van Beers wint Write Now! Venlo 2017

De winnaar van Write Now! Venlo 2017 is de 21-jarige Hester van Beers (links op de foto), die met een achttal gedichten de eerste prijs in de wacht sleepte. Naast € 250,- aan boekenbonnen wint zij een plek in de finale in Rotterdam, waar zij zal strijden om de titel van hét schrijftalent van 2017.

De prijsuitreiking vond plaats op donderdag 18 mei in Poppodium Grenswerk. Juryleden Jonathan Griffioen (juryvoorzitter), Gerda Blees (auteur) en Willemijn Lindhout (redacteur Uitgeverij Podium) verkozen de gedichten van Hester tot de beste van de regio. ‘Wie regels schrijft als: “lijnen / rond de klapdeuren geven aan / waar ik mag staan: de afscheiding / tussen wat heilig is en wat niet / zoals een brievenbus twee monden heeft”, die moet naar de finale’, aldus de jury. Lees het volledige juryrapport op de website van Write Now!.

Tweedeprijswinnaar Anne Giesen (midden op de foto) won met haar verhaal ‘Buurvrouw’ boekenbonnen ter waarde van € 125,-. De derde prijs van € 75,- aan boekenbonnen was voor de columns van Cato Boeschoten (rechts op de foto). De eersteprijswinnaar krijgt drie weken de tijd om een nieuwe tekst te schrijven voor de finale.

Tijdens de prijsuitreiking, die gepresenteerd werd door Jelko Arts (winnaar Write Now! Venlo 2015), droegen de aanwezige winnaars een fragment voor uit hun winnende tekst. Daarnaast verzorgde singer-songwriter Aïcha Cherif de muziek en konden deelnemers voorafgaand aan de prijsuitreiking een schrijfworkshop volgen van auteur Jaap Robben (Aanmoedigingsprijs Write Now! Eindhoven 2003).

Foto: Pam van den Broek

‘Stop niet gelijk als je een lelijke zin hebt neergepend’

Roos van Rijswijk (Amsterdam, 1985) schrijft voor verschillende literaire tijdschriften en is redacteur van Tirade. In 2016 debuteerde ze met haar roman Onheilig. Deze werd bekroond met de Anton Wachterprijs. Begin dit jaar riep de Volkskrant haar uit tot hét literaire talent van 2017. Van april tot en met juni is ze writer-in-residence op de Van Eyck Academie in Maastricht. Op dinsdagavond 23 mei gaat ze hier samen met schrijver Gerbrand Bakker in gesprek over hun beider werk. YoungPoets interviewde haar alvast.

Is je leven sinds het verschijnen van je debuutroman niet in een achtbaan veranderd?
Het is wel heel anders! Maar dat komt vooral doordat ik ben gaan freelancen, dus ineens niet meer de regelmaat van vaste werkdagen ken, bijvoorbeeld. En natuurlijk omdat ik ineens op plekken kom waar ik anders niet zou komen – zoals de Van Eyck academie – en mensen ontmoet die ik anders alleen van de ruggen van hun boeken zou kennen.

Waarom heb je er voor gekozen om in residentie te gaan bij de Van Eyck Academie?
Ik vond het een heerlijk idee om een aantal maanden achter elkaar in alle rust te kunnen schrijven aan mijn volgende boek, en ook om een tijd bij een kunstinstelling rond te lopen; ik heb het idee dat beeldend kunstenaars een net andere manier van denken en maken hebben, en dat is inspirerend. Bovendien was ik naast aan een roman ook aan een kleiner project bezig dat nog geen plek had, en dat heel goed past bij de opdracht die Lex me meegaf voor een tekst die door de Van Eyck Academie uitgebracht zal worden – zonder er al te uitvoerig op in te gaan: ik schrijf over spookverhalen.

Waar ben je tijdens je residentie tegenaan gelopen? En wat is de invloed van deze residentie op jouw schrijfwerk, denk je, tot nu toe?
Ik ben vooral tegen mijn eigen zelfoverschatting aangelopen, vrees ik. De eerste maand van mijn verblijf moest ik erg vaak heen en weer naar Amsterdam, en tussendoor nog even naar Boedapest, allemaal voor werk. Heel erg leuk, maar in de praktijk bleek dat ik daar zo onrustig van werd dat ik veel minder gedaan kreeg dan ik wilde. Nu ben ik wel lekker veel aan het schrijven. Ik denk dat de directe invloed van de residentie pas later echt duidelijk wordt, dingen moeten altijd even bezinken. Maar wat ik wel heel leuk vind om te zien is dat hier kunstenaars rondlopen die precies doen wat ze willen, op een manier die misschien vrijer is dan ik het van mezelf gewend ben. Ik hoop dat over te nemen.

Heb je je ook moeten afzonderen om je debuutroman te schrijven of had je een andere aanpak om tot het boek te komen?
Tijdens het schrijven ben ik een paar keer naar Nieheim (Duitsland) geweest, waar een deel van de roman zich afspeelt. Om in alle rust te kunnen schrijven inderdaad. Heel prettig is dat. Mijn dagen bestonden daar uit schrijven, eten en wandelen door een prachtige omgeving.

Werk je op een soortgelijke manier voor andersoortig schrijfwerk, zoals je columns of je essays?
Nee, dat is heel anders. Voor het schrijven van fictie, proza, is op een of andere manier – in ieder geval voor mij – een ander soort nadenken vereist, een nadenken vanuit het bijna niets misschien wel, omdat je een hele wereld opbouwt vanuit een witte pagina (ik hoop dat ik hier niet te zweverig klink…); ik kan, en moet, alles zelf bedenken; personages, omgeving, achtergronden, plot… Bij het schrijven van essays en columns kan ik uitgaan van bestaande situaties, of andere teksten, en dat maakt het denken gerichter – zelfs als ik in een essay alle kanten uitwaaier is het minder ‚los’ dan in fictie. Op een of andere manier heb ik daar minder die afzondering voor nodig – het is niet dat ik me minder concentreer, maar wel op een andere manier.

Op dinsdag 23 mei 2017 om 20.00 uur ga je in het auditorium van de Van Eyck Academie publiekelijk in gesprek met Gerbrand Bakker. Waarom heb je hem uitgenodigd?
Ik vind Gerbrand een geweldige schrijver, misschien wel de beste die er is. Ik heb nog nooit iets van hem gelezen dat ik niet goed vond. Hij heeft een heel eigen stijl, heel mooi en goed.

Wat zou je van Gerbrand Bakker willen leren?
De manier waarop hij personages vormgeeft, denk ik. Of het nu gaat om zijn romanpersonages, of zijn buren in de Eifel, het zijn heel vaste persoonlijkheden zonder dat ze van bordkarton worden. Sowieso de consistentie in zijn werk, hij heeft nooit uitschieters – op een positieve manier dan. Als ik verhalen van mezelf teruglees zit ik soms met kromme teentjes, heb ik weer veel te veel m’n best gedaan op een ronkende zin, terwijl ik achteraf denk: ja, je kan ook gewoon opschrijven wat je bedoelt, je hoeft niet zo moeilijk te doen.

Welke tip zou je willen geven aan beginnende schrijvers?
Lees alles wat je schrijft hardop voor. Aan jezelf, of aan een ander, of neem het op en luister het terug – verschrikkelijk om dat terug te horen maar het werkt (voor mij dan) heel goed; je hoort gelijk de valse noten in je tekst. En, dit is natuurlijk een afgezaagde maar daarom niet minder dringende tip: lees. Lees alles. Kranten, romans, poëzie, korte verhalen, essays, goede boeken en slechte boeken; om zelf te weten waar je mee bezig bent, om niet in allerlei valkuilen te trappen, moet je echt basiskennis opbouwen.

Was jij jong toen je begon met schrijven? En heb je een tip voor de jongere, maar toen al schrijvende Roos?
Ik heb altijd geschreven, maar heel lang zonder de ambitie om er iets mee te doen, gewoon omdat ik het leuk vond. De enige tip die ik m’n jongere zelf zou geven is: heb lef. Stop niet gelijk als je een lelijke zin hebt neergepend. Doe precies wat je wilt. Maar dat is eigenlijk een advies dat ik nog steeds nodig heb.

Kijk op www.roosvanrijswijk.nl voor een kleine impressie van Roos haar residentie in Maastricht. 

Jong euregionaal schrijftalent in de prijzen

Winnaars NXT TXT 2017 samen met Gisela Walsken, voorzitter van de Euregio Maas-Rijn

Tijdens een feestelijke prijsuitreiking op 9 mei jl. in het Deutsch-Französischen Kulturinstitut in Aken zijn de winnaars bekendgemaakt van de eerste editie van de euregionale schrijfwedstrijd NXT TXT. Jonge schrijftalenten tussen de 15 en 25 jaar oud uit de Euregio Maas-Rijn konden hiervoor prozateksten van maximaal 5.000 woorden inzenden. Per taalgebied beoordeelde een jury de teksten aan de hand van criteria als stijl, spanningsopbouw, originaliteit en fantasie. Zo kwamen de jury’s tot de volgende winnaars voor NXT TXT 2017:

Nederlandstalige regio (Belgisch- en Nederlands Limburg)

  1. Anna Slotboom (2000, Neerpelt): Vrij
  2. Hanne Meers (2001, Tongeren): Het contrast
  3. Doreen Hendrikx (1999, Neerpelt): Hoe neem je de wereld over?

Duitstalige regio

  1. Simone Dahmen (1999, Euskirchen): BildLingNa
  2. Lena Hermanns: (2000, Würselen): Dämonen der Zeit
  3. Sven Spaltner: (2001, Herzogenrath): In einem anderen Leben

Franstalige regio

  1. Tigist Joris (2000, Fleron): De l’Ethiopie jusqu’en Europe …
  2. Céline Dallemagne (1996, Alleurs) : Murmures solitaires
  3. Christine Luthers (1997, Liège): La séduction du passé

De nummers één wonnen een laptop. Bovendien worden de winnende teksten vertaald naar de beide andere talen en samengebracht in een drietalige publicatie die de lezer een kijkje geeft in de jongste literaire ontwikkelingen in de Euregio Maas-Rijn. De nummers twee en drie kregen boekenbonnen uitgereikt.

Namens YoungPoets: van harte gefeliciteerd aan alle winnaars!

‘Het is nu of nooit, want zo’n festival komt hier niet snel meer.’

In 1997 werd Stichting The Maastricht International Poetry Nights opgericht door de gemeente Maastricht en dichter Hans van den Waarsenburg (1943 – 2015) met als doel tweejaarlijks een internationaal poëziefestival te organiseren. Al in 1998 ging de eerste editie van start en vanaf dat moment was het festival een begrip. Morgen (25 maart 2017) vanaf 20.00 uur vindt in de Jan van Eyck Academie te Maastricht de laatste editie plaats met o.a. Idwer de la Parra en Nachoem M. Wijnberg uit Nederland, Eva Cox uit België en Luke Kennard uit het Verenigd Koninkrijk.

YoungPoets interviewde dichter Bas Belleman (1978) die de programmering van de laatste Maastricht International Poetry Night(s) (MIPN) verzorgde.

Hallo Bas, hoe is het met je?
Goed, dank je wel. Beetje druk nu de poëzieavond zo dichtbij komt.

Sinds wanneer ben je programmeur voor MIPN? Hoe is dat zo gekomen?
Sinds de vorige editie in 2014. Ik leerde oprichter Hans van de Waarsenburg kennen toen ik in Maastricht studeerde. Ik mocht een keer in een bijprogramma optreden, hielp bij de organisatie, raakte er steeds meer bij betrokken, droeg ook dichters voor en werd een van de presentatoren.

Hoe blijf je op de hoogte van alle internationale ontwikkelingen op het gebied van poëzie?
Het voordeel van zo’n festival programmeren is dat allerlei mensen me op buitenlandse dichters wijzen: “Die moet je eens lezen!”. Ik heb ook buitenlandse dichters gevraagd naar wie zij me zouden aanraden en zij gaven me allemaal een waslijst aan namen. Maar er zijn veel dichters op de wereld, je kunt onmogelijk alles weten.

Dichten Nederlandse dichters op een typisch Nederlandse manier, en dichten, bijvoorbeeld, Noorse dichters typisch Noors? Zijn er verschillen qua stijl te ontdekken per land?
Ik zou ja willen zeggen, maar ik kan het niet aantonen met een paar rake citaten. Goede dichters lijken nu eenmaal op niemand, dus dan is het moeilijk om te zeggen dat ze typerend voor hun land zijn. Volgens mij is er nergens ter wereld een tweede Remco Campert. Is hij dan typisch Nederlands? Engelstalige dichters zijn misschien iets verhalender ingesteld, maar eigenlijk schieten me meteen allerlei tegenvoorbeelden te binnen nu ik dit zeg.

Op wat voor manier stel je een internationaal programma samen? Op welke dingen let je dan?
Allereerst moet ik zelf opveren als ik die dichters lees. Ik wil ook afwisseling: niet allemaal sonnetten, niet allemaal dadaïstische experimenten. Ze moeten allemaal goed zijn, maar ook allemaal heel anders.

Het liefst zoek ik dichters uit verschillende hoeken van de wereld en nog leuker vind ik het als niemand ze nog kent. Maar goed, Luke Kennard en Nils Chr. Moe-Repstad hebben in eigen land een torenhoge reputatie en dat was anderen natuurlijk ook al opgevallen. Ze hebben al eens in Rotterdam opgetreden. Van Moe-Repstad komt nu een Nederlandse vertaling uit!

Wat maakt een internationaal poëziefestival zo bijzonder? (of: waarom was het voor Hans (en dus misschien voor jou ook wel) zo belangrijk om een internationaal festival te organiseren?
Poëzie gaat over grenzen heen, maar er is heel erg veel poëzie: waar moet je beginnen? Zo’n festival helpt je de beste dichters van de wereld te ontdekken en die dichters leren elkaar ook kennen. Zelfs als je ze niet gaat lezen, is het een sensatie om ze eens te horen.

Hans van de Waarsenburg, helaas overleden in 2015, was er heel goed in. Allemaal Nobelprijswinnaars en andere grote dichters kwamen heel graag naar Maastricht, alleen al om hem te bezoeken.

Waarom zouden jonge dichters of schrijvers juist naar deze editie moeten komen kijken? Wat maakt deze editie bijzonder?
Het is de laatste avond. Het is nu of nooit, want zo’n festival komt hier niet snel meer. Ik vind deze vijf dichters geweldig en geloof me, ik ben niet de enige.

Dichter en tuinman Idwer de la Parra staat op het programma, die voor zijn prachtige debuutbundel Grond net een belangrijke literaire prijs heeft gewonnen (Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs).

En Eva Cox, die ik maar één keer heb ontmoet en héél graag nog eens wil zien optreden. Zij schrijft wonderlijke gedichten in het Vlaams, soms uitwaaierend als proza en dan weer heel klein en simpel.

Nachoem Wijnberg is een grootheid waar ik al sinds ik een jaar of achttien ben alles van lees en ja, hij wint ook alle mogelijke prijzen.

Luke Kennard heb ik zelf mogen vertalen en dat heb ik met heel veel plezier gedaan. Hij heeft zo’n elegante, komische en indringende toon, het is wonderbaarlijk. Het is alsof een goede vriend je iets vertelt, of het nu over een moordenaar gaat of een geliefde of een zombie of een handelsreiziger.

Nils Chr. Moe-Repstad zou uit Noorwegen overkomen, maar hij is helaas ernstig ziek geworden. De jonge Nederlandse dichter Maarten van der Graaff en de Amerikaanse dichteres Mia You gaan zijn werk nu voordragen en dat doen ze echt niet zomaar. Het is een grote buiging voor een Scandinavische reus.

Hoe kan het dat het festival moet stoppen na de komende editie?
De gemeente moest bezuinigen en heeft de subsidie stopgezet.

Wat kunnen we verwachten van jullie als organisatie in de toekomst? Worden er nieuwe plannen bekokstooft?
Ik zou het leuk vinden, maar voor de bestuursleden is het volgens mij echt de laatste keer.

Heb je daar rekening mee gehouden wat betreft de programmering voor de komende editie?
Ik wilde met een fantastische poëzieavond eindigen. Go out with a bang, zo gezegd.

Wat is jouw mooiste herinnering aan het festival?
Moeilijke vraag. Een optreden van de hardhorende Russisch-Amerikaanse dichter Ilya Kaminsky zal me altijd bijblijven. Hij overweldigde de zaal met zijn zangerige, lyrische poëzie. Ik was zo blij en trots dat ik hem had uitgenodigd – hem kende echt niemand nog in Nederland.

Ik heb ook Gerrit Kouwenaar voor het eerst in Maastricht gezien. En de Australische Nobelprijswinnaar Les Murray, die tegen me zei: “Mijn Engels is niet zo goed, maar mijn Australisch is verdomd formidabel.”

Mijn beste herinneringen zijn toch aan Hans van de Waarsenburg, die met zoveel bravoure een heel festival van de grond kreeg en de stad op zijn grondvesten kon laten schudden.

Zijn er (buitenlandse) dichters die jij nog per se wil zien? Waarom?
Nils Christian Moe-Repstad, natuurlijk. Ik vind het heel jammer dat hij er zelf niet bij is en hoop dat hij snel weer herstelt. Hij is er wel een béétje bij: hij heeft een brief aan ons geschreven, die Mia You zal voorlezen.


Meer weten? Zie www.maastrichtpoetry.nl. De toegang bedraagt slechts 5 euro. 

‘Ik nam het schrijven na Write Now! veel serieuzer’

Tot 1 april (no joke) mag jong schrijftalent kersvers schrijfwerk (alle genres!) inzenden voor de onwijs populaire schrijfwedstrijd Write Now!. In 2015 won Jelko Arts de Limburgse voorronde van Write Now!. Op 18 mei vindt bij poppodium Grenswerk in Venlo de prijsuitreiking van 2017 plaats. Ook dan staat Jelko Arts op het podium, maar dan als presentator. Voorafgaand aan de inzenddeadline en de prijsuitreiking stelde Merlijn Huntjens hem wat vragen.

Dag Jelko!
Hallo Merlijn.

Hoe lang schrijf je al?
Mijn eerste teksten schreef ik voor het cabarettrio dat ik op de middelbare school ben gestart. Ik was toen veertien, vijftien denk ik. Samen met twee vrienden deed ik mee aan verschillende open podia en talentenjachten. We maakten kleinkunst, met sketches en liedjes die we zelf schreven. Daar is het schrijven begonnen.

Hoe kwam je erachter dat je schrijftalent bezit?
De eerste keer dat we met het cabarettrio op een podium stonden merkten we alle drie: wat wij leuk vinden, valt ook goed bij het publiek. We hadden – gewoon op het schoolplein – allerlei zinnetjes verzonnen en ineens bleken daar ook anderen om te kunnen lachen. Na de middelbare school ging ik Nederlands studeren en stopte ik met cabaret, maar ik bleef wel schrijven. Dat waren voornamelijk gedichten of beter: liedteksten zonder muziek. Dat bleek goed te passen op literaire avonden en daarbij kwam ook mijn podiumervaring van pas. Nu werk ik als schrijver, schrijfdocent en presentator. Dat begon allemaal met een cabaretwedstrijdje op de middelbare school.

Jelko Arts bij het winnen van de Limburgse voorronde van Write Now! 2015

In 2015 won je de Limburgse voorronde van Write Now!. Hoe heeft dit invloed gehad op jouw ‘schrijfcarrière’?
Voor iemand die veel voordraagt en op het podium staat is het meedoen aan een schrijfwedstrijd lastig: de jury leest je verhaal zonder dat ze je performance ziet. Ik was daar echt idioot zenuwachtig over. Voor het eerst werd ik gelezen zonder dat ik er zelf bij was. Ik had niet verwacht dat de jury mijn tekst überhaupt de moeite waard vond. Het winnen bevestigde voor het eerst dat mijn teksten ook op zichzelf kunnen bestaan. Dat ze goed genoeg waren om op papier te zetten.

Op wat voor manier heeft het invloed gehad op het schrijven zelf?
In de finale van Write Now! krijg je schrijfworkshops en je trekt op met andere jonge schrijvers. Je merkt daardoor dat schrijven geen verborgen hobby hoeft te zijn: ik nam het schrijven na Write Now! veel serieuzer, alleen maar omdat anderen mijn schrijven serieus namen. Dat helpt enorm. Write Now! bewijst dat het het waard is om je volledig op schrijven te richten. Voor mij maakte het duidelijk dat ik nog veel kon leren, dat er nog heel veel te lezen viel en dat schrijven niet zomaar een hobby voor op mijn zolderkamer was.

Wat zou je zelf nog heel graag willen leren op het gebied van schrijven?
Ik ben de laatste tijd veel bezig met getekende verhalen: met strips en graphic novels. Ik teken zelf ook korte verhalen. Op dat gebied wil ik nog heel veel leren. Er zijn veel supergetalenteerde tekenaars die prachtige en aangrijpende stripboeken maken. Daar kan ik jaloers naar kijken.

Op de site van Arts en Lentes (artsenlentes.nl) is te lezen dat je een literair duo vormt met Lotte Lentes. Wat brengt deze samenwerking jou?
De samenwerking met Lotte was zeker in het begin een geweldige stimulans. Tijdens onze studie merkten we dat we allebei mooie dingen willen maken. Of dat nu teksten, programma’s of theaterstukken zijn, we waren allebei op zoek naar een manier om verhalen over te brengen. Het is fijn om die drang te delen. Je kunt met z’n tweeën brainstormen, op zoek gaan naar podia en teksten aan elkaar voorleggen. Lotte is een steengoede schrijfster, ik ben zelf meer een performer, het is super inspirerend elkaar te stimuleren.

Wat zijn de nadelen van het werken in een duo?
Ik merkte het met Lotte, maar ook met het cabarettrio dat ik had, dat het verschrikkelijk moeilijk is om in een samenwerking hetzelfde te willen. Dat klinkt vaag, maar ik bedoel dat clichématige van ‘neuzen dezelfde kant op’. Dat is in de praktijk heel lastig vol te houden. Je ontwikkelt je en interesses verschuiven nu eenmaal. Lotte werkt op dit moment aan haar debuutroman, ik ben aan het tekenen geslagen en denk over een stripboek. Dat zijn compleet verschillende dingen.

Vroeger schreef je ook liedjes en cabaretteksten maar tegenwoordig hou je vooral van proza en poëzie? Vanwaar deze verandering?
Ik vind liedjes en poëzie niet zo ver uit elkaar liggen. Het zijn allebei genres waarbij de vorm essentieel is: het gaat om precies de goede woorden op precies de goede plek. Dat puzzelen en zoeken naar het juiste zinnetje vind ik mooi. Ik word er blij van als ik drie dagen rondloop met een zinnetje in mijn hoofd en dan op precies de goede formulering kom.

Je zei dat je zowel schrijft als tekent. Wanneer zet je welke vorm in?
Mensen houden van visuele verhalen. Het is niet voor niets dat tv-series zo populair zijn, dat we veel meer foto’s dan teksten delen op social media. We worden gegrepen door beeld. Ik teken daarom graag: tekeningen grijpen je aandacht, ze zijn eenvoudig te begrijpen, kunnen in één klap een sfeer in beeld brengen. Ik vind het interessant om die kracht te combineren met het trage van tekst. Ik heb nu een aantal beeldcolumns gemaakt waarin ik over een onderwerp schrijf, maar waarbij het de tekeningen zijn die impact veroorzaken. Ik schrijf het ene, maar teken er het andere bij. Of ik schrijf iets subtiels en teken iets extreems. Dat is spannend, toch?

Lotte en jij interviewen schrijvers. Welke vraag zou je aan jezelf willen stellen als je jezelf op een podium als interviewer zou mogen interviewen?
Ik ben altijd geïnteresseerd in het schrijfproces. Je ziet als lezer alleen dat ene dikke boek, maar je hebt geen idee hoe dat precies tot stand is gekomen. Ik vraag altijd graag naar dat proces: wat is er geschrapt? Hoe heeft iemand zitten schuiven met hoofdstukken? Was het een puzzel om een passend einde te verzinnen? Dat vind ik zelf ook leuke vragen om te beantwoorden: ze doen recht aan een lang proces. Je kunt vragen naar iemands personages of de plot, maar daarmee toon je interesse in het verhaal. Als je me vraagt naar het ontstaan van een tekst laat je ziet dat het schrijven je interesseert.

Waar let je op als je op het podium staat en een tekst aan je publiek presenteert?
Rust en afwisseling. Een slechte voordracht is of te snel of te eentonig. Je moet een tekst naar de luisteraar brengen, je kunt niet verwachten dat het publiek ‘m komt halen. De voordrager moet zijn best doen, niet de luisteraar. Daarom teken ik vooraf altijd wat aanwijzingen in mijn kantlijn: welk deel verdient nadruk, welk zinnetje mag sneller, welk woord is essentieel?

Welke tips zou je deelnemers willen meegeven die zich nu hebben opgegeven voor Write Now!?
Meedoen. O wacht, ze hebben zich al opgegeven. Beter worden! Laat in godsnaam zien dat je knijtergoed bent.

Meedoen aan Write Now!? Stuur je tekst hier in vóór 1 april.