Ogen dicht , handen los

Als het nog geen tijd is
maar ik wil graag gaan
blijf jij dan
heel even bij mij staan?

zeg maar niets nog
en ik weet wat je zoekt
je ziet de afgrond
die mij roept

een laatste stap
ogen dicht
handen los
richting het licht

een vrije val
heel even pijn
is wat ik voelen zal
omdat ik Thuis wil zijn

zo dichtbij
alleen nog de handen los
voor altijd vrij
als ik mezelf nu verlos

ik ben bang
want het kan
maar ik wil niet

Ik wil nog niet dood.

Fem in de WirWar.

Adama’s Wolken

Haar ogen waren donkerblauw. Iets klopte niet. Ik sprak met haar een onbekende taal en leek het toch te begrijpen als me eigen. Mijn lichaam bestaat niet meer. Ik begin mij af te vragen of ik uberhaupt wel heb bestaan. Wat heb ik met mijn leven gedaan vraag ik haar. Een golf van bedroefdheid. Wil je terug? Nee zei ik. Een zwevend hoopje vedriet. Nu weet ik eindelijk waar regen vandaan komt.

Licht

Het wordt normaal in deze tijd
Een schietpartij, levens kwijt.
Grote toekomst, grote plannen
Niemand die nog kan ontspannen.

Aanslagen, oorlog overal,
Het is genoeg zo, ga niet door.
Van de overkant echter geen gehoor.
Familie gebroken, had moeten voorkomen.
Te laat in actie, gezinnen die dromen.

Alsjeblieft niet mijn dochter, alsjeblieft niet mijn zoon.
Angstige tijden, niets is te veel. We zullen niet breken, maar wel is het stil.
We zullen herdenken en verdergaan.
Onze oude levens zullen blijven bestaan.

Een afscheid is er niet, te weinig tijd.
Verlaten en alleen, later nog spijt.
De droom die voortleeft, zien we je weer?
Een gebroken belofte, keer op keer.

Voor Mama

De koekoeksklok tikt,
tikt en tikt,
in het ritme van de regen,
daarbuiten,
net een Mozart sonata

Tranen stromen,
vloeien,
in golven tegen alle muren aan,
stromen over,
een overstromende regenpijp

De grijze lucht,
een hongerig monster op de vlucht,
ik ben op de vlucht,
op zoek naar mama
mijn lieve mama
mijn buitengewone mama
mijn mama

Bloedende tranen,
verdoofdheid bewolkt mijn ogen,
daar!
voor de vervaagde horizon
grijpt het water..
foetsie! weg!

Een dronken droom van duizelige duidelijkheid,
de stilte zonder haar is oorverdovend,
zonder jou-
mama

Stopt de koekoeksklok met tikken.

Eurydice, Eurydice

Waar ben je toch gebleven?
Laat van je horen, al is het maar even
Ik hoor jouw stem fluisteren in de wind
En blijf zoeken, zo blind

Daar tref ik je aan
Bijna slapend in het jonge graan
Zoekend naar een laatste zucht
Die jou klaarmaakt voor die ene vlucht

Een vlucht naar het diepe, het onbekende
Waar jij gedwongen naartoe rende
Jij laat mij achter, alleen hierboven
Wat moet ik doen, wie moet ik geloven?

Een stem roept mij vanuit de schaduw
Bevrijd haar of wees immer weduw
Ik denk aan jou en mijn verstand ontwaakt
Redden zal ik jou; mijn keuze is gemaakt

Ik volg jou daar naar beneden
Angstig dalend over zwarte treden
Ik word verblind door een donkere mist
En weet meteen: dit is een list

Ik ren en ren zonder te kijken
Mijn ogen dwalend over al deze lijken
Tot ik daar plots vind wat ik zoek
Mijn redding of misschien mijn eeuwige vloek?

Mijn lier speelt een lied zo droevig en zwaar
Een verdriet zo groot in iedere snaar
Dat zelfs de goden tot stilte zijn gebracht
Zodat ik jou bevrijden kan uit deze eeuwige nacht

Weg neem ik jou van deze wereld der doden
En omkijken, nee, dat is mij verboden
Toch kan ik de drang niet weerstaan
En zie jou verdwijnen met een laatste traan