De Eik

de wind speelt met het blad
van de grote eik
net wat regen gehad
hij voelt zich rijk

de zon kust zijn bladeren
de wind streelt zijn stam
naast zijn oude vaderen
was hij de laatste die kwam

zachtjes beweegt hij zijn takken
een beetje op en neer
lachend naar de vrouw op hakken
ja hij is een echt heer

al jaren staat hij daar
op de hoek van de laan
zijn takken uit elkaar
hij blijft daar zomaar staan

een kind dat met zijn eikels speelt
een klein hondje dat plast
geen moment dat hij zich verveelt
en blij dat de regen hem wast

soms als het dan gaat stormen
en hij dan zachtjes kreunt
er grote wolken vormen
hij een klein beetje voorover leunt

als dan zijn blaadjes vallen
zijn takken stukgaan op de straat
de grote druppels vallen
het blad zijn tak verlaat

hij kijkt dan naar zijn vaderen
die nog krommer staan
met nog minder bladeren
kijken hem glimlachend aan

er zullen nog veel stormen komen
maar je bent sterk mijn kleine eik
wij zijn grote bomen
in het grote bomenrijk

je takken groeien snel weer aan
dan kan je weer dansen op de wind
wij gaan niet bij jou vandaan
je bent ons sterke kind

de volgende dag danste de eik
op muziek van de wind
hij voelde zich rijk
en erg bemind.

Stilte in het bos

Onder een boom kijk ik genoegzaam rond
naar de vogels in de groene kruin
Als plots de lieflijkheid verstomd
Verdreven door een bruut geluid

De motorzaag raast gewillig voort
als ik een ruw gevloek waarneem
Haar paard was blijkbaar kort ontspoord
Want reeds rijdt ze luidruchtig heen

De vliegtuigen vliegen af en aan
ongehinderd door de blauwe lucht
In de verte kan ik muziek verstaan
Voorjaarsfeest in een klein gehucht

Ondertussen raast de motorzaag voort
Ik kijk verbeten in het rond
Maar de vogels vliegen ongestoord
alsof voor hen de herrie niet bestond.

De wereld in twee

De Wereld lag er gelaten bij
In al haar evenwichtigheid
Maar plots verscheen Verstand en zei:
“Voortaan ben jij tweevormigheid”

Natuur noem ik al het groen
De wereld die de Mens vermijdt
En Cultuur is wat de mensen doen
In al hun eigenzinnigheid

Zo ging de Wereld voort in twee
Elk ging haar eigen weg
En op de grenzen van hun rijk
Bestond voortaan een barre strijd

Tot op een dag Verstand begreep
Dat groen een deel was van Cultuur
En dat de Mens haar leven leed
Als onderdeel van de Natuur

Direct sprak toen opnieuw Verstand
“Tweevormigheid ga heen”
Cultuur en Natuur gingen hand in hand
en de wereld was weer één