Gebroken, alweer.

Rijden

Ik zie de hitte vlak boven het wegdek dwalen.
Nog een laatste blik in de achteruitkijkspiegel bevestigt mijn verlangens nogmaals; ik moet hier weg.
Met mijn voet druk ik het gaspedaal nog wat in.
Rijden, rijden, rijden. Weg van hier. Weg van deze verstikkende omgeving.
De wijde wereld in.
Dat is wat ik wil.
Ik heb afscheid genomen van mijn oude leven.
Anders, anders, anders. Alles moet anders.
Ik doe mijn zonnebril op en geniet van de wind die door mijn haren raast.
Ver achter me zie ik nog een auto rijden, het enige wat voor me ligt is de horizon.
Harder, harder, harder. De muziek knalt uit de speakers.
En voor ik het weet open ik mijn ogen en kijk ik tegen mijn plafond aan.
Ik denk voor de zoveelste keer:
Vaarwel, droom.