In de trein

Onderweg zijn, mijmer ik, betekent
dat je er bijna of nog lang niet bent.
De afstand tot je doel is onbekend
en wordt na elke mijlpaal herberekend.

Het polderlandschap glijdt aan mij voorbij.
‘Maar waar is er?’ vraag ik me hardop af.
‘Nergens,’ zegt een oude vrouw bekaf,
bejaard en nog geen stapje dichterbij.

‘Zodra je daar bent waar je wilde zijn,
leg je weer iets nieuws in het verschiet.’
De dame is er en stapt uit de trein.

Het is van welke kant je het beziet.
Kan reizen zelf niet de bestemming zijn?
Onderweg zijn is zo gek nog niet.