Mijn Jeruzalem

Mijn lieve Jeruzalem, in al haar pracht,
draagt mij tot grote hoogte, al kijk ik naar haar op.
Onder de gebeden die haar vleugels zijn
toont zij mij haar wijsheid en haar kracht.

Naar haar reik ik in de duisterste uren,
waarop zij mij haar luisteren bied.
Zij wenkt mij te zijn de wateren,
die zoeken naar een weg voorbij de muren.

Mijn lieve Jeruzalem, tot stilte verstomd
heeft al zo velen haar woorden geschonken
en nog meer haar liefde en haar zalvende stem.

Nu is het mijn kracht die haar toekomt.
Al zijn het de winters die haar lonken,
Ga nog niet, mijn lieve Jeruzalem.