Monumentale eenvoud

Ze wacht,
de witte Aphrodite,
onder haar zwarte lakens.
Hopend dat niet de vlieg,
haar vrucht zal stelen.
Twee jaren rust ze,
onze schone slaapster,
tot vijf paren stengels,
zich over haar ontfermen.
Ze wordt gekoesterd,
ze wordt bevochtigd.
Zij is de parel,
het goud van het zuiden.
Ze is geen keukenmeidenverdriet
en dient niet, als koffiesurogaat.
Nee,
zij zal eindigen in een asperge automaat.