op een plein

op een plein

Dit is hoe een auto
langzaam voorbijrijdt
met zoekende ogen achter de ruiten: dreigend, ’s avonds.
Een plastic zak is een autoraam.

Er staan bomen meer dan bankjes.
Er is altijd wel wat, er zijn hier tradities.

Hier loop je alsof je ieder moment een traptrede tegen kunt komen.
In een razend tempo groeien de stenen.
In een situatie vlakbij een casino schreeuwen mannen naar moeders.

Azuurblauwe neonletters van het hotel verlichten de gezichten
van de minderjarige meisjes in de nachtwinkel.

Op de achterliggende weg zoeft een brommer voorbij.
Ik steek mijn arm uit, en maak van mijn hand een pistool, volg ‘m ermee,
maar ik heb niets in mijn lichaam wat op kogels lijkt.

*