Pijn is een traditie

Onze handzeep ruikt naar lavendel. Dat is al zo lang als dat ik me kan herinneren en ik ga ervan uit dat het nooit zal veranderen.
Zoals met zoveel dingen.
Ik kijk op en ontmoet een doordringende blik in donkere ogen.
Ik hou niet van mijn spiegelbeeld: het is wie ik ben, niet wie ik zou willen zijn.
Het gaat me niet eens zo zeer om mijn uiterlijk, ik zou willen dat ik mijn spiegelbeeld in de ogen kon kijken zonder pijn te zien.
Mijn vingers krommen zich om de rand van de wastafel en ik slaak een diepe zucht terwijl ik mijn ogen neersla.
Als ik heel eerlijk ben, vind ik de pijn eigenlijk helemaal niet zo erg. Erger is de leegte die achterblijft als de pijn eenmaal wegebt. Het drukkende gevoel op mijn borst, zodat ik moeilijk lucht kan krijgen en elke ademteug voelt alsof er een mes tussen mijn ribben wordt geschoven is wat de leegte opvult met pijn. Maar dit is waar ik mee kan omgaan.
Want waar moet ik het gat in mijn borstkas anders mee opvullen?
En dan zeggen ze dat woorden geen pijn doen. Nou, vertel me niet dat een gebroken bot erger is dan dit.
Waardoor ik me zo voel is niet belangrijk, alleen dat het een gevolg is van de wreedheid van andere mensen.
Mensen zijn wreed, het zit in onze harten, stroomt door ons bloed. We aarzelen niet om een ander te verpletteren om er zelf beter van te worden. De enige mensen die er over nadenken voordat ze gebruik maken van een ander zijn degenen die de pijn hebben gevoeld die ik nu voel.
Als je zelf weet hoe het is om honger te hebben zal je nooit iemand toe laten kijken hoe jij eet.
Als je zelf je hele kindertijd gepest bent zal je nooit iemand alleen in een hoekje laten staan, bang om zich bij de groep te voegen.
Als jij zelf bent weggerukt uit je bekende omgeving en alles achter hebt moeten laten zal je nooit zeggen dat iemand het land moet verlaten omdat hij anders is.
Maar helaas wordt de wereld geleid door mensen die zijn opgevoed in een warm huis waar altijd een overvloed aan eten was en waar hen werd geleerd dat ze moeten vechten om de beste te zijn in alles, koste wat het kost.
De regen tikt zachtjes op de ramen en ik sluit de badkamerdeur zachtjes achter me.
Een eenzame, kleine kerstboom met nog geen tien ballen erin staat mistroostig op de salontafel. Ik kan niet helpen dat ik opmerk dat het een kerstboom is die goed bij me past: alleen en gebroken. En dat in de tijd van het jaar dat je juist samen gelukkig moet zijn.
En ik vraag me af, heel soms, of ik de enige op de wereld ben die gelooft dat elk mens daar recht op heeft: samen gelukkig zijn.

    Geef een reactie

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *