’s Winters

’s Winters reizen ze trager
de gedachten die
horen te vloeien en stromen
overkokende borreling binnenin
stil, waar men altijd zoveel kabaal hoort
lijkt verdoofd
dat stomme gedachtenhoofd

’s Winters stoppen ze even
Bevriezen en geven een weigering
te ontdooien
Hun tocht stopt, abrupt
Vergeten zich te ontplooien
Ik durf wel denken en m’n gedachten verzenden
maar…
niets wordt ontvangen
die verdomde denkers, gevangen

’s Winters zitten ze opgesloten
Sommigen vergeten de weg waarheen
sterven ter plekke…
Anderen gebrand op het ontdooien
verder ontwikkelden en hun doel bereiken
de toch en oneindige strijd tegen de donkere seizoenen
doorbijten, door lijden, ondergaan, verdergaan

’s Winters ligt alles even stil
’t Is niet dat ik niet verder wil
Ze zitten gewoon bevroren en alles is verdoofd
Alles vastgevroren, in dat koude gedachtenhoofd
Bereidwillig de strijd te overwinnen
Ze willen reizen.

’s Winters willen ze niet bevriezen
Bijna gedwongen
de zon te forceren
warmte te trotseren
Wonderbaarlijk
hoe ze blijven proberen

’s Winters wil ik leven
’s Winters wil ik verder reizen
’s Winters wil ik vrij zijn
’s Winters wil ik verstandig zijn.