Twee slammers #2

Vandaag de reactie van Merlijn Huntjens op de brief die Rik Sprenkels gisteren stuurde. Wat kunnen de slammers van elkaar leren voordat ze aan de poëtische slacht beginnen?

Dag Rik,

Nadat ik van Krijn Peter Hesselink te horen kreeg dat mijn werk zich niet leent voor een battle, heeft het advies dat ik jou ooit gaf een gek randje gekregen. Daar komt bij: daar waar ik er vier jaar over gedaan heb om op het NK te komen (vorig jaar was de eerste keer) regel jij dat voor jezelf binnen een jaar. Misschien kan ik dus beter advies van jou aannemen. En je hebt gelijk: winnen is zeker niet het belangrijkste, maar het is potverdorie wel lekker.

Je schreef in je brief dat het wel meevalt als het op zenuwachtigheid aankomt. Nou Rik, ik ben zeer nerveus. Ik ben veel nerveuzer dan vorig jaar. “Huh, maar je weet nu toch precies wat komen gaat?”, hoor ik je helemaal niet zeggen (maar het zou kunnen). Ja. Ja, ik weet precies wat komen gaat en ik ben doodsbang. Goed, nu ben ik over het algemeen toch al qua personal vibe een vos wiens staart tot op de stuit affikt, maar dan nog. Dus misschien kan ik wel kracht putten uit de tips die de andere slammers jou gegeven hebben. Vervolgens kan ik wel afsluiten met een tip die ik zelf ook ooit gekregen heb.

Laten we beginnen met Buddy. Buddy heeft gelijk, maar ik zou aan de tip willen toevoegen; inspiratie bestaat niet eens. Misschien een beetje. Oké, laten we afspreken dat inspiratie een beetje bestaat. Je pikt van het dagelijks leven allemaal splintertjes van indrukken op. Op een gegeven moment vormen die splinters een soort knol van indrukken en daar-kan-je-dan-iets-mee. Een gedicht is mij nooit aan komen waaien, terwijl ik dikwijls lang genoeg gewacht heb in de inspirerende bloemenweide / het oude klooster / het museum.

Rust is mij ook nog nooit aan komen waaien, maar gelukkig is er altijd nog thee van het merk Zonnatura. Daarmee wil ik de belangrijkheid van rust niet ontkennen hoor. Buddy heeft gelijk.

Arnoud heeft ook gelijk. Vooral na afloop merk ik dat ik slammen toch stiekem leuk vind. Dat ‘leuk’ is vaak nog vermengd met oude bekenden zoals ‘twijfel’, ‘spijt’, ‘jammerjoh’ en ‘bier’. Maar inderdaad; maak je vooral niet te druk (rust) en heb het een beetje leuk. Voordat je het weet is de avond voorbij en zit je weer vooral in je hoofd te slammen (of in die spiegel op de badkamer).

Ellen Deckwitz gaf mij ooit de tip die mij in elk geval helpt om het een beetje leuk te hebben op het podium zonder in paniek te raken. Zij introduceerde de Deckwitzbubbel. De Deckwitzbubbel is een bel die je als slammer kan maken waarin jij en het publiek omsloten zitten. Het gaat in de bubbel om aandacht en contact. Niet alleen moet het publiek aandacht voor jou als slammer hebben, maar jij als slammer moet ook aandacht hebben voor het publiek. Steeds vaker denk ik; we doen dit samen, het publiek en ik. Zelfs op de slams waarbij ze geen stemmen mogen uitbrengen. De Deckwitzbubbel als middel om dichterbij het plezier en de rust te komen. Koop hem nu!

Uiteraard wens ik jou ook heel veel succes. Ik hoop dat je van iedereen, behalve van mij, wint.

Tot vanavond!

Merlijn

PS Sorry, ‘Goedkoop effectbejag’ ga ik nog echt een tijdje nodig hebben. Met ‘Applausmeting’ wil ik niets van doen hebben. Hier. Of moest je bij kwartetten altijd alles geven wat je kon geven? Dan geef ik alles.