Twee slammers #1

Aanstaande vrijdag (morgen!) is het zo ver; de finale van de Nederlandse Kampioenschappen Poetry Slam gaan weer van start. Om acht uur staan acht slammers achter de coulissen te bibberen van spanning. Elke slammer bereidt zich op zijn eigen manier voor op judgement day. De een staat voor de spiegel te blaffen terwijl de ander in de lotushouding de harde realiteit van zich af laat glijden. En als de troost niet binnen de slammer zelf te vinden is, dan troosten ze elkaar. Zo zijn de finalisten Rik Sprenkels en Merlijn Huntjens in een totaal niet spontane, eenmalige briefwisseling verzeild geraakt. Vandaag is de brief van Rik te lezen op YoungPoets, morgen de reactie van Merlijn. Wat kunnen de slammers van elkaar leren voordat ze aan de poëtische slacht beginnen?

Merlijn,

Je gaf me ooit advies. Het bleek het op twee na beste slamadvies te zijn dat ik ooit heb gekregen. Ik zei dat ik moeite had met het schrijven van battlemateriaal. Jij vertelde me dat je vaak zelfkritische gedichten pakte in de ik-vorm, en die herschreef naar de tweede persoon. Een inversie van zelfspot naar spot, zogezegd. Ik was er sceptisch over, probeerde het uit, was aangenaam verrast over het effect.

Het op een na beste advies kreeg ik van Buddy Wakefield, die zei dat rust belangrijker is dan inspiratie, en die me, toen ik moe was en nog maar een uur had om me voor te bereiden op een voordracht, naar bed stuurde.

Het beste advies kreeg ik van Arnoud Rigter. Ik kwam hem tegen op een feestje en vroeg hem of hij nog tips voor me had. Hij antwoordde: ‘heb plezier’. Een week later maakte ik mijn slamdebuut. Dat is nu veertien maanden geleden. Ik heb opgezocht aan hoeveel slams ik sindsdien heb meegedaan (dertien), met name zodat ik het antwoord weet als mensen het vragen. Maar niemand vraagt mij ooit wat.

Weinig van mijn collega’s – ik werk bij een IT-bedrijf – weten dat ik wel eens op een poetry slam sta. Die ene die dat wel weet, sprak me maandag aan tijdens de lunch. Hij vroeg me of ik gebattled had tijdens de halve finale van het NK, en of ik nerveus was voor de finale. Ik antwoordde hem dat dat wel mee viel. “En daarna? Want hierna kun je niet meer verder, toch.” Ik antwoordde dat er nog een EK is, en een WK. En dat poetry slam sowieso niet iets op zichzelf staands is. “The sky is the limit,” antwoordde ik. “Op een bepaald moment ben je Jules Deelder.”

We willen allemaal winnen, maar wel op onze eigen kracht. Ik geneer me vaak als ik zie dat ik meer publiek heb meegebracht dan andere kandidaten. Toch, als puntje bij paaltje komt, word ik zenuwachtig als mijn vrienden ook op andere kandidaten blijken te stemmen.

Wat ik wil zeggen, Merlijn, is dat de overwinning me veel waard is, maar zeker niet alles. Ik gun je de winst meer dan mijn krullen, bijvoorbeeld. Ik wens je veel succes.

Tot op de eeuwige jachtvelden, tot in de mosh pit bij Parkway Drive, tot vrijdag,

Rik

PS Mag ik tot slot, uit de categorie ‘Ergernissen uit het slamwereldje’: ‘Goedkoop effectbejag’? En heb je dan ook, uit diezelfde categorie: ‘Applausmeting’? Kwartet!