Weergaloze Winter

/Weergaloze Winter/

Een weergaloze winter.
Wij samen, elkaar verwarmend
in de wollen armen van elkanders zelfgebreide trui.

Buiten is het koud, wij weten.
Vele geven toe aan de gedachte.
Vele denken, maar weinigen doen.

Ingeënt tegen armoede
zijn zij die enige vorm van blijdschap vertonen.
Onwetend over de duistere kanten van het leven.

Zij die geen koude nachten kennen.
Zij die op hun schapenvel
lang uitgestrekt neder dalen
bij het haardvuur.

Raadselachtig bewegen zij zich verder
vooruit gestuwd door het onmenselijke.
Terwijl wij bloedverwanten der moeder aarde
langzaam ontdooien,
smelten zij voor de zon
die enkel op hun gelaat de warmte neder legt.