Zoals niets

is de verwachting van lege
lucht tot wij enkel nog lijnen zijn.

Verse drukte helemaal voor ons en liefst
vol warrig gerucht. Dagen die iets

zachter slijten en even weer dingen alleen
zoals ze zijn. Wijzende vingers die zeggen:

ik zocht niet wat ik vind. Een nieuwe
stilte in de hoeken van verre kamers

houdt onze slaap nog even vast:
zelfs in een vreemd bed vind ik

mezelf aan jou.